Apparatuur

Er bestaan veel verschillende beugels. In de orthodontische praktijk noemen ze dat apparatuur. Er wordt onderscheid gemaakt tussen uitneembare en vastzittende apparatuur.

Uitneembare apparatuur:
Allereerst zijn er de uitneembare beugels, ook wel losse beugels genoemd. Die heten zo, omdat ze door degene die deze beugel draagt, zelf in-en-uit de mond genomen kunnen worden. Uitneembare beugels zijn meestal gemaakt van een soort plastic (kunsthars) waarin metalen draden zijn bevestigd. Er zijn verschillende soorten uitneembare beugels. Een veel gebruikte uitneembare beugel is de activator. Deze beugel wordt ook vaak blokbeugel genoemd. Een activator is niet in de eerste plaats bedoeld om tanden te verplaatsen. Het belangrijkste doel van deze apparatuur is om de groei van de onderkaak te stimuleren en zo de voor-achterwaartse verhouding van de kaken beter op elkaar af te stemmen. Dat is heel vaak nodig voordat je met bijvoorbeeld een vaste beugel de tanden en kiezen recht en goed passend op elkaar kunt gaan zetten. Er zijn verschillende activatoren.

Een andere uitneembare beugel is het plaatapparaat, ook wel plaatje genoemd. Deze beugel bestaat uit een kunsthars plaat die tegen het gehemelte aansluit. Aan het plastic zitten metaaldraden vast om het plaatje houvast in de mond te geven (klammers) en veerkrachtige draden die tanden en kiezen kunnen verplaatsen (veren).

Verder zijn er nog uitneembare buitenbeugels. Ten eerste de zogenaamde “headgear”. Meestal bestaat deze buitenbeugel uit twee metalen bogen: één in je mond en één buiten om je gezicht. Van de binnenboog moeten de uiteinden in kleine buisjes worden geschoven, die aan de ringetjes om de kiezen of aan een beugel in de mond vast zitten. Deze binnenboog zit met een metalen verbindingsgedeelte aan de buitenboog (facebow) vast. Hieraan kan een band in de nek (nekbeugel) of een petje op het hoofd (petjesbeugel) worden vastgemaakt. Een buitenbeugel kan met een activator of vaste beugel worden gecombineerd. De patiënt kan hem zelf in de mond zetten of hem er weer uit halen. Ten tweede is er ook nog een buitenbeugel die voor het gezicht langsloopt (gezichtsmasker). Deze beugel wordt zelden gebruikt.

Vaste apparatuur:
De vaste beugel, ook wel plaatjesbeugel genoemd, kan door de drager of draagster niet uit de mond worden genomen. De vaste beugel bestaat uit brackets die op de tanden worden geplakt. Door de brackets en buisjes loopt een veerkrachtige draad. Er bestaan metalen en keramische (witte) brackets.

Er bestaan ook nog andere soorten beugels die niet uit de mond kunnen worden gehaald en aan de verhemelte-kant aan de tanden zijn vastgemaakt. Een voorbeeld daarvan is het sutuurexpansie-apparaat (spin). Bij deze beugels worden meestal ringetjes (banden) gebruikt om de beugel aan de kiezen vast te zetten.

Tijdens een orthodontische behandeling is het vaak nodig verschillende soorten beugels gelijktijdig of direct na elkaar te gebruiken. Daarbij kan men meestal niet kiezen: de keuze voor de beugel die moet worden gebruikt hangt vooral af van het doel dat ermee bereikt moet worden.

Retentieapparatuur:
Na de orthodontische behandeling worden er vaak dunne ijzeren draadjes aan de achterkant van de voortanden geplaatst, de zogenaamde spalkjes. In sommige gevallen is het noodzakelijk om voor de nacht ook nog een uitneembare beugel te dragen.